American Civil War, De eerste Moderne oorlog?

De Amerikaanse burgeroorlog kent veel interesse onder het Amerikaanse publiek. Deze interesse gaat vaak samen met een koppige mening dat deze oorlog de “eerste moderne oorlog” zou zijn. Er worden veel argumenten en grote hoeveelheden bewijs aangedragen die deze bewering lijken te ondersteunen.

In de eerste plaats zou deze oorlog de eerste “totale oorlog” zijn geweest. De massa productie van oorlogsmaterialen in de fabrieken in het Noorden samen met de invoering van de dienstplicht waren de gereedschappen waarmee het Zuiden werd verslagen. De gehele samenleving werd gemobiliseerd met als doel de overwinning te behalen. Daarmee werden burgers als militaire doelen gelegitimeerd. Als voorbeeld geld dan de opmars van Generaal Sherman door Georgia, waar de macht van het Noorden werd vertaald in een verschroeide aarde tactiek tegenover de bevolking van het Zuiden.

In de tweede plaats worden de nieuwe technologieën, welke voor het eerst gebruikt werden, aangevoerd als bewijs van de “moderniteit” van deze oorlog. Torpedo’s, onderzeeërs en pantserschepen waren de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de maritieme oorlogsvoering. Het eerste duel tussen pantserschepen, de Monitor en de Merrimack, kent voldoende fascinatie bij het publiek dat er films over gemaakt zijn. De constante overtuiging dat dit duel alle houten oorlogsschepen in de wereld verouderd maakte is een krachtig versterkend middel voor Amerikanen die opgroeien in de overtuiging van de superioriteit van de Amerikaanse technologie.

Op het land deden de telegraaf, de ballonnen, de spoorwegen, de loopgraven, de landmijnen, het repeteer geweer en de technologie van de loop met trekken en velden intrede. Al deze ontwikkelingen lijken de stelling te ondersteunen dat Amerikaanse vindingrijkheid de moderne oorlogsvoering ontwikkelde uit het land meest wanhopige worsteling.

Amerikanen zijn er zo van overtuigd dat de burgeroorlog de eerste moderne oorlog was dat ze vaak niet kunnen begrijpen waarom de leiders van beide partijen verouderde “Napoleontische” tactieken bleven gebruiken. Deze tactieken hadden tegenover moderne wapens enorme verliezen tot gevolg. Vooral in situaties waar de tegenstander zich ingegraven had. De verleiding is groot om het falen van deze tactieken te wijten aan stommiteit. Maar deze verklaring doet onrecht aan de kwaliteiten van leiders als Lee, Jackson, Grant en Sherman.

Het is daarom niet verwonderlijk dat Amerikanen het moeilijk vinden om de verantwoordelijkheid voor deze tactische stommiteiten bij de Amerikaanse leiders te leggen. De schuldigen worden constant gezocht aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Deze koppige houding vind zijn oorsprong in de mythe van de vrije Amerikaanse geweerschutter ten tijde van de onafhankelijkheid oorlog.

Ondanks de beslissende veldslagen van Saratoga en Yorktown in de“Europese-stijl”, worden de Amerikanen vooral herinnerd aan de intelligente, praktisch ingestelde milities die de Engelse troepen, die zich van Lexington en Concord naar Boston terugtrokken, ongeregeld onder vuur namen. Daar ligt de mythe van de Amerikaanse boer die met een vrije geest en bewapend met een musket met een getrokken loop, gebruikmakend van indiaanachtige schermutselende tactieken de uiterst gedisciplineerde, maar slecht bewapende, professionele soldaten van de oude wereld verslagen hebben. Aangezien de Amerikanen de winnende formule hadden gevonden ten tijde van de onafhankelijkheid oorlog, moet het ergens fout zijn gegaan tussen 1780 en 1861.

De Napoleontische legende heeft een enorme invloed gehad op militaire denkers van de 19de eeuw. Deze invloed heeft tot gevolg gehad dat de Franse slagveld tactieken regelrecht uit de Franse exercitie instructie boeken werden gekopieerd. Winfield Scott’s en Hardee’s tactische handboeken zijn voorbeelden van vertalingen van Franse werken. Franse “Napoleontische” militaire denkers zoals Jomini worden vaak aangewezen als zondebok om de tekortkomingen van de burgeroorlog te verklaren. Het argument is dat deze Franse exercitie methodes de Amerikaanse binnenlandse wijsheid had aangetast door waanwijze jonge geesten te produceren in West Point. In dit proces zouden de officieren een voorkeur hebben ontwikkeld om leiding te geven middels een selecte groep waarbij het gezamenlijke zintuig dat hen in staat stelde om met de realiteit op het slagveld om te gaan verloren zou zijn gegaan.

Sommigen argumenteren een bovennatuurlijke benadering. Deze beweren dat de bloedlijn van de voorouders in combinatie met een voortlevende spirituele manier van denken te verwijten zijn. Eigenlijk maakt het weinig uit, de Europeanen krijgen de schuld. De Amerikaanse mythe en traditie van het intelligente gebruik van technologie blijft intact. De Amerikaanse generaals kunnen we geen genetische of culturele programmering, of het feit dat ze door de Napoleontische legende verleidt werden kwalijk nemen.

Maar hier lijkt er iets fout te gaan in de argumentering. De stelling is gebaseerd op de aanname dat de Amerikaanse burgeroorlog, hoofdzakelijk door de aanwezigheid van nieuwe technologieën, de eerste moderne oorlog was. Als we de Amerikaanse burgeroorlog in een breder perspectief plaatsen en aantonen dat het een van vele oorlogen voorafgaande aan de moderne oorlogvoering was, dan moeten we de aanname dat de Amerikaanse burgeroorlog de eerste moderne oorlog was loslaten. Deze conclusie heeft verstrekkende gevolgen voor de beschouwing van de gebruikte tactieken.

Voor 1600 bestonden de infanterie tactieken uit massale colonnes van piekeniers en musketiers. De meest efficiënte daarvan waren de Spaanse tercios. Deze tercios werden ontplooit met een aanzienlijke diepte om een schok effect te bereiken in de aanval en veerkracht in de verdediging.

De eerste grote verandering vond plaats met de introductie van de lineaire slagorde in het begin van de 17de eeuw. Maurits van Nassau (1567-1625) wordt algemeen gezien als de grondlegger van deze lineaire manier van oorlog voering. Gustavus II Adolphus (1594-1632), de koning van Zweden, ontwikkelde deze tactieken verder en gebruikte ze met veel succes tegenover de tercios van Spanje.

Bij lineaire tactieken worden de formaties in de breedte opgesteld waarbij meer nadruk werd gelegd op de vuurkracht van ballistische technologie. In de aanval bracht dit de tegenstander meer verliezen toe. In de verdediging was het gevolg dat de vuurkracht de tegenstander uit een liet vallen voordat deze in fysiek contact kwam. Veldslagen werden langdurige vuurgevechten waarbij het moraal en daarmee de formaties van een der partijen langzaam uiteen viel.

Met dit gegeven als fundamentele basis concluderen we dat de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken een periode omvat van rond 1600 tot 1945. Sommigen zullen argumenteren dat deze periode al eerder begon maar voor militaire toepassingen is de 17de eeuw een goede uitgangspositie. Plaatsen we de Amerikaanse burgeroorlog in dit brede perspectief dan is de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken 200 jaar eerder begonnen.

De fundamentele veranderingen welke van invloed zijn geweest gedurende de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken zijn zowel politiek als technisch van aard. De centralisatie van de macht en de ontwikkeling van de ballistische technologie zijn beide van grote invloed geweest.

Gedurende de 17de eeuw ontstonden in Europa verschillende moderne gecentraliseerde staten. Absolute monarchieën, constitutionele parlementen of federaties van republieken, de staat vestigde de controle over, en tegenover, de traditionele provinciale, religieuze en sociale groepen welke tijdens de middeleeuwen de werkelijke militaire macht deelden. Monarchieën, zoals die van Lodewijk de 14de , waren in staat een loyale bureaucratie op te richten, directe staats belastingen te legaliseren en staande legers op te richten van professionele soldaten.

Deze professionele legers veranderde de wijze waarmee oorlogen uitgevochten werden en verschaften de moderne staat meer politieke macht dan de monarchieën uit de middeleeuwen. Het is in deze politieke context dat de periode van de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken begon. Ten tijde van de Franse revolutie werd de moderne staat verder versterkt en aangevuld in macht door toetreding van het volk, de massa, in de politieke arena. Sinds deze revolutie zijn er meningsverschillen tussen conservatieve en liberale overheden over de vraag hoe de massa gemobiliseerd dient te worden in dienst van de staat. Sommige methodes leggen de nadruk op onderwijs en voorlichting van de massa. Wat vaker gebeurd is dat de massa gemanipuleerd wordt middels propaganda in dienst van de staat.

Dit heeft grote gevolgen voor het leger. Als de massa overtuigd kan worden dat het loyaal dienen van de staat het eigen belang dient, dan kan belastinggeld en mankracht aangewend worden om de macht van het leger te vergroten. Met de opkomst van de industriële revolutie in de laat 18de eeuw, begin 19de eeuw werd het mogelijk om grote legers van dienstplichtigen te bewapenen met massa geproduceerde wapens. Met deze aanvullingen in militaire macht begon een nieuwe fase in de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken die zich doorontwikkelde gedurende de 19de eeuw.

Deze “democratische” massa politiek en fabrieksindustrie veranderde het leven van Europeanen en Noord Amerikanen. Maar deze ontwikkelingen waren een uitbreiding en verrijking van de moderne periode en geen radicale nieuwe historische periode. Om die reden is de 19de eeuw te zien als een voortzetting van de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken en niet als het begin.

De Amerikaanse burgeroorlog vond plaats in het midden van de 19de eeuw en werd beïnvloed door de politieke en industriële ontwikkelingen. Aanvankelijk ging President Lincoln de oorlog aan om de Unie te behouden. Wat hij werkelijk deed is dat hij de macht van een moderne gecentraliseerde overheid oplegde aan de traditionele provinciale regio’s. Tijdens dit proces werd de moderne gecentraliseerde overheid een materiële werkelijkheid in de Verenigde Staten van Amerika. De nieuw opkomende industrie versterkte de militaire macht van het Noorden op eenzelfde manier zoals dat op dat moment in de geschiedenis ook in Duitsland gebeurde.

We kunnen dan niet anders dan concluderen dat de Amerikaanse burgeroorlog een van vele oorlogen is geweest die onderdeel zijn van de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken. Wat wel met stelligheid gezegd kan worden is dat de Amerikaanse burgeroorlog de eerste oorlog is geweest waarbij een moderne gecentraliseerde staat werd geschapen op het westelijke halfrond.

De opmars van Sherman door Georgia, waarbij vele burger eigendommen vernietigd zijn, wordt vaak aangevoerd als zijnde een bewust ontworpen strategie. Deze strategie zou de voorloper zijn van de totale oorlogen van de 20ste eeuw. Sherman had immers gezegd dat hij Georgia zou laten huilen.

De werkelijke strategie achter Grant’s originele plan voorzag dat Sherman Atlanta zou innemen op hetzelfde moment dat Banks bij Mobile zou uitbreken en door Alabama zou marcheren om zich met de troepen van Sherman bij Atlanta samen te voegen. Samen zou de opmars voortgezet worden naar het volgende doel, Savannah en de Atlantische Oceaan. De bedoeling was om de bevoorrading van het leger van het Zuiden onder druk te zetten en gelijktijdig de infrastructuur van het Zuiden te vernietigen.

Banks liet zich betrekken bij de Red River campagne en was in geen enkele positie om naar Atlanta te marcheren zoals het originele plan was. Sherman had inmiddels Atlanta ingenomen en overwoog om naar Mobile te marcheren. Op dat moment bewoog Hood in noord-westelijke richting waardoor zich voor Sherman de mogelijkheid opende om naar Savannah op te trekken. Deze mars betekende dat zijn troepen van het land moesten leven en de mogelijkheid om veel voorraden voor het leger van het Zuiden te vernietigen. De vernietiging van deze voorraden en het feit dat daarmee burgers getroffen werden waren secondair aan het primaire doel om dichter bij Virginia en Grant’s operaties tegenover Lee te komen.

De operaties van Sherman in Georgia zette de operaties van het leger van het Zuiden aan de Atlantische kust onder enorme druk. Dat het leger van Sherman moest leven van het land was noodzakelijk om deze operaties voort te zetten. Een spoorweg was niet voldoende om het leger van Sherman van voorraden te voorzien. De slachting van Georgia was een bij product van de bevoorrading van het leger van Sherman en niet gemotiveerd uit wraak zoals het bombarderen van de Duitse steden als antwoord op de London Blitz. Deze mars van Sherman is te vergelijken met de vernietiging van burger eigendommen ten tijde van de tachtig jarige oorlog en de middeleeuwen.

De verkeerde uitleg van de strategie achter de operaties van Sherman in Georgia dwingt ons in overeenstemming met ons moderne begrip van oorlogvoering te komen. Oorlogen hebben altijd burgerslachtoffers gekend. Wat oorlog tegenover burgers voor ons denken zo modern maakt is het feit dat wij leven in een tijd waarin massa vernietiging wapens bestaan die ontworpen zijn om te gebruiken tegen burger doelen. De strooptocht van Sherman door Georgia is van een geheel andere omvang dan de strategische bombardementen ten tijde van de tweede wereldoorlog of nucleaire wapens. We dienen de Amerikaanse burgeroorlog niet te beschouwen met de kennis van vandaag.

Nemen we de technologie als basis voor de stelling dat de Amerikaanse burgeroorlog de eerste moderne oorlog was, dan komen we ook tot de conclusie dat deze stelling niet klopt.

De oorlogvoering van 1600 tot 1945 wordt gedomineerd door de ballistische technologie. Gedurende deze periode waren wapens gebaseerd op het principe van een explosie in de basis van een buis om een projectiel naar het doel voort te stuwen. Sinds 1945 zijn er nog steeds ballistische wapens maar de wijze van oorlogvoering is drastisch beïnvloed door nieuwe technologieën. Raketten, computers en lasers zijn een aanvulling voor de macht van het ballistische wapen. Als er nieuwe energiebronnen gevonden worden is het misschien mogelijk dat het principe van de primaire bewapening wordt vervangen. Zo bezien maakt de moderne oorlogvoering nog steeds deel uit van de ontwikkelingen sinds 1600 maar bevindt het zich momenteel in een overgangsfase. Ook hier geldt dat de Amerikaanse burgeroorlog plaats vond in het midden van deze ontwikkelingen en niet aan het begin.

Gedurende de Amerikaanse burgeroorlog vonden veel technische wonderen intrede in de oorlogvoering. De hoeveelheid aan nieuwe ontwikkelingen is verbazing wekkend. De spoorwegen, stoomboten en de telegraaf hadden belangrijke rollen op strategisch niveau maar veel van de nieuwe ontwikkelingen die de soldaten ter beschikking stonden hadden minder invloed op de oorlog dan gedacht wordt. Machinegeweren, handgranaten, achterladers en repeteergeweren lijken zeer modern voor die tijd. De vraag is dan waarom het noorden deze wapens niet in massa geproduceerd heeft om het Zuiden sneller te onderwerpen.

Men gaat dan voorbij aan het verschil tussen de kwaliteit van handgemaakte prototypes en fabrieksmatig geproduceerde massa producten. Men overweegt de wonderen van handgemaakte prototypes zonder rekening te houden met het verlies aan kwaliteit en prestaties als deze in massa geproduceerd worden. Een rapport van het War Department, gedateerd 1 februari 1860, toonde de superioriteit van het musket over achterladers of repeteergeweren aan. Verschillende fabrikanten hadden wapens geleverd aan de overheid om te testen. Terwijl het musket goede resultaten aantoonde in schermutselende, salvo vuur en enkel vuur situaties bleken de nieuwe wapens vast te lopen na enkele schoten. Een soldaat verbrandde zijn gezicht door een lekkende afsluiting van een achterlader. Het mag niet verrassend zijn dat het War Department naar aanleiding van deze testen met handgemaakte prototypes de voorkeur gaf aan musketten. Het zou nog enkele jaren duren voordat deze moderne wapens betrouwbaar genoeg waren om op het slagveld gebruikt te worden.

Ondanks deze problemen is daar nog het argument dat de technologie van trekken en velden al voldoende vooruitgang was ten opzichte van het musket met de gladde loop om een tactische revolutie te rechtvaardigen. Dit argument verwijst de tragedie van de Amerikaanse burgeroorlog aan de leiders die vast hielden aan traditionele “Napoleontische gladde loop musketten” tactieken terwijl de soldaten een modern, revolutionair wapen in handen hadden. Dit zou de oorzaak zijn van veel ongewenste slachtingen op de slagvelden van de Amerikaanse burgeroorlog. Dit is misschien de hardnekkigste van de mythes die zich concentreren om de tactieken van de Amerikaanse burgeroorlog. Gaan we bestuderen wat er werkelijk op het slagveld gebeurde dan kom je al snel tot de conclusie dat deze mythe is gebaseerd op de optimale specificaties van deze “revolutionaire” wapens welke bereikt werden onder ideale omstandigheden en is deze mythe op geen enkele wijze gebaseerd op gedetailleerde ervaringen van de realiteit op het slagveld. Het musket met trekken en velden had weliswaar een beter bereik en was nauwkeuriger dan zijn voorgangers met een gladde loop maar de laadprocedure was hetzelfde gebleven. Dit betekende dat de vuursnelheid niet toegenomen was en de beste manier om een musket te laden was in een staande positie.

Zoeken we een echte kwalitatieve verandering in de wapens welke het slagveld in de 19de eeuw beïnvloedde dan moeten we kijken naar de Europese ervaringen tussen 1866 en 1871. Gedurende de Pruissische oorlogen voor de vereniging van Duitsland werden een betrouwbaar, slagveld geschikt achterlaad principe en hoog explosieve granaten voor het eerst bruikbaar op het slagveld.

Het achterlaad geweer was een sterke verbetering want het wapen kon geladen worden in een liggende houding en de vuursnelheid was verdrievoudigd of zelfs beter. Dit betekende dat de infanterie op de grond kon gaan liggen op grote afstand van de tegenstander door het tweevoudige voordeel van het kunnen laden in liggende houding en de vergrote diepte en de intensiteit van de vuurkracht binnen de “kill” zone.

Voor artillerie betekende het achterlaad principe ook een sterke verbetering in vuursnelheid en de hoog explosieve granaten die explodeerde zodra ze iets raakten waren een sterke verbetering ten opzichte van de hand ingestelde tijdsontstekingen of Bormann ontstekingen die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog gebruikt werden.

Deze kwalitatieve verbeteringen in technologie dwongen een reactie af in de gebruikte tactieken tijdens de Oostenrijks- en Frans- Pruissische oorlogen van 1866 tot 1871 en niet ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog.

Als we de vraag oproepen waarom er geen nieuwe tactische ontwikkelingen waren ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog dan ontdekken we al snel dat de Amerikanen helemaal niet bezig waren met theoretische discussies over tactische systemen. Ze kopieerden Europese ideeën en methodes zonder de rationele of complete context achter deze methodes waardoor deze werkten. Daar komt nog bij dat de Amerikaanse legers hoofdzakelijk bestonden uit milities welke een hoge mate van kwaliteit verzamelden door lange, zware marsen en ervaringen op de slagvelden. De Amerikaanse generaals dachten dat deze kwaliteiten voldoende waren om de overwinning te kunnen behalen en zagen daarom af van maanden van voorbereidingen om de soldaten te trainen in complexe tactische oefeningen. Bovendien werd waardevolle munitie uitgespaard door af te zien van uitgebreide schietoefeningen. Rekening houdend met de enorme politieke druk waaronder de generaals het werk moesten doen kunnen we de generaals niet verwijten dat ze gebruikt hebben wat bekend en beschikbaar was in plaats van te experimenteren met nieuwe tactische systemen.

Op de lange termijn is het zinloos om het falen van de Amerikaanse legers ten tijde van de burgeroorlog te wijten aan gebrek aan training en oefening. Dergelijke conservatieve houdingen kwamen veel voor gedurende de periode van de lineaire tactieken. Hoewel er al gedurende de Napoleontische periode werd geëxperimenteerd met formaties welke afweken van de lineaire tactieken in de vorm van massale schermutselende formaties zou de Duitse stosstruppen infiltratie tactiek van de eerste wereldoorlog het eerste niet lineaire tactische systeem worden.

De impasse welke veroorzaakt werd door de loopgravenstellingen van de eerste wereldoorlog leverde de noodzakelijke motivatie om een manier te vinden om deze verdedigende stellingen te kunnen doorbreken. De oplossing bestond er uit de infanterie eenheden met voldoende ondersteunende wapens te voorzien waardoor ze in staat waren onafhankelijk van de eigen artillerie te opereren, aan te vallen en de verdedigende stellingen te infiltreren.

De Duitse stosstruppen werden getraind in het gecoördineerde gebruik van machinegeweren, vlammenwerpers, mortieren en infanterie kanonnen op compagnie en peloton niveau. Hier begint de integratie van verschillende wapens in de lagere niveaus. Deze stosstruppen vielen niet aan in massale formaties maar in kleine onafhankelijke groepen op zoek naar zwakke plekken in de verdediging, daar door de linies heen te breken en de opmars voort te zetten in het achterland van de tegenstander.

Met deze strijdmethode van gecombineerde wapens en infiltratie tactieken werden de infanterie tactieken van de 20ste eeuw radicaal veranderd. Deze integratie van ondersteunende wapens op peloton niveau doormiddel van scholing en intense training kenmerkt de fase van de 20ste eeuw in de ontwikkeling van de moderne infanterie tactieken. Men kan zeggen dat er een ware revolutie plaats heeft gevonden. Tijdens de hele periode van de lineaire infanterie tactieken werden pelotons en compagnieën georganiseerd en uitgerust met gebruik van een soort wapen. Tijdens de 20ste eeuw werden de soldaten getraind in het gecoördineerde en geïntegreerde gebruik van verschillende wapens, om middels trainingen en oefeningen voordeel te halen uit deze nieuwe manier van oorlogvoering. Daarmee zijn we aangekomen in de laat moderne periode met betrekking tot de ontwikkeling van de infanterie tactieken.

Ondanks de wonderen van techniek welke intrede deden gedurende de Amerikaanse burgeroorlog, en de ballistische technologie welke stevig verankerd was in de voorladers vroeg moderne traditie, mag het niet verrassen dat de Amerikaanse burgeroorlog, samen met de gebruikte tactieken, de laatste oorlog in de stijl van Napoleon is geweest.